peru huarazHuaraz is de hoofdstad van de Peruaanse regio Ancash in de Cordillera Blanca in de Andes. Het is tevens de hoofdstad van de gelijknamige provincie Huaraz en het district Huaraz.

Het wordt door alpinisten gezien als een goed uitgangspunt om de zesduizenders in de Cordillera Blanca binnen enkele dagen te beklimmen. Het stadje is volledig ingesteld op de klimmers, er zijn vele klimwinkels en een berggidsenbureau.

Chavín de Huántar is een archeologische site vlak bij Huaraz op een hoogte van 3177 meter. De ruïnes liggen verscholen tussen twee bergketens: de Cordillera Negra en de Cordillera Blanca. Het belangrijkste gebouw van Chavín is de hoofdtempel, die bestaat uit verschillende platforms, terrassen en ondergrondse gangen, die via trappen verbonden zijn. In 1985 werd het Monumento Arqueológico de Chavín de Huántar, zoals de naam officieel luidt, benoemd tot UNESCO Werelderfgoed.

Naast de ruïnes bevindt zich een dorp, waar volgens de volkstelling van 2005 1.757 mensen wonen, dat ook de naam Chavín de Huántar draagt. Daarnaast wordt de naam Chavín zowel gebruikt wanneer er wordt verwezen naar de specifieke ontwikkelingstijd in de geschiedenis van de Andes (circa 1200-200 v.C.); naar de archeologische periode; naar de cultuur (Chavín-cultuur); naar de kunstvorm; en naar het hypothetische rijk.

peru huarazDe ruïnes vinden hun oorsprong in ongeveer 900 v.Chr. Er zijn meerdere ruïnes uit deze periode bewaard gebleven, maar de ruïne in Chavín de Huántar, die waarschijnlijk de hoofdtempel was, is de grootste en door toeristen meest bezochte. Er wordt aangenomen dat de ruïne dienst deed als pelgrimsoord: bij opgravingen vond men producten die van oorsprong niet uit het gebied komen, waaronder vele schelpen. In 1919 kreeg de ruïne bekendheid bij de ‘ontdekking’ door de Peruaanse archeoloog Julio C. Tello.

De Chavín waren een geweldloos volk, dat zich voornamelijk richtte op artistieke en culturele ontwikkeling. Opgravingen in de ruïnes impliceren dat er tussen 500 en 300 v.Chr. sociale instabiliteit en onrust ontstond, op hetzelfde moment dat de grotere Chavín-beschaving begon af te nemen. Grote ceremoniële sites werden verlaten, sommige onafgerond, en werden vervangen door dorpen en landbouwgrond. In Chavín de Huántar werd er rond 500 v.Chr. een klein dorp gebouwd op de Circular Plaza. De plaza werd ingenomen door opeenvolgende groepen bewoners, en bouwstenen en stenen met inscripties werden opgeofferd voor de bouw van hun huizen. Verschillende vloeren impliceren dat het dorp voortdurend werd bewoond tot aan de jaren ’40 van de twintigste eeuw.

Naast het gebruik als woonruimte is de ruïne in de loop der jaren door verschillende gebeurtenissen aangetast. In 1933 trad de rivier Mosna buiten haar oevers, waardoor een groot gedeelte van de archeologische site onder water kwam te staan. Een grote overstroming in 1945 zorgde ervoor dat de gehele tempel en een deel van het dorp werden bedekt met puin en modder. Dorpelingen gebruikten bij de wederopbouw van hun huizen de stenen uit de ruïnes. Ook bouwden zij hun huizen hier gedeeltelijk bovenop. Daarnaast zijn er sinds 1920 verschillende opgravingen uitgevoerd door onafhankelijke archeologen. Aangezien zij niet allen op een adequate manier hun bevindingen hebben genoteerd, is veel informatie verloren gegaan.

Sinds 1995 komt elk jaar een team studenten van de Stanford-universiteit uit de Verenigde Staten, onder leiding van archeoloog John Rick, om in het droge seizoen een aantal maanden opgravingen te doen. Er worden nog steeds nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo stuitte het team in 2005 op een nieuwe galerij. Experts beweren dat zeker 85 procent van de archeologische overblijfselen nog niet is gevonden.

Machu Picchu
peru Machu PicchuMachu Picchu (van Quechua Machu Pikchu)[1] is een stad van de Inca's in Peru die door de Spanjaarden nooit is ontdekt en daardoor ook niet vernietigd werd. Er is in deze stad nog veel van de Inca-beschaving terug te vinden.

De stad Machu Picchu is gelegen tussen steile bergen, op een hoogte van ongeveer 2400 meter, in de regio van de stad Cuzco. De Inca's bereikten de stad via een steil pad. De voettocht duurde meerdere dagen en de stad was derhalve moeilijk bereikbaar. Tegenwoordig is het ook mogelijk om de stad per trein en bus te bereiken.

Machu Picchu ligt ingesloten tussen twee steile pieken: de Machu Picchu (letterlijk "oude berg" in het Quechua) en de Huayna Picchu ("jonge berg" in het Quechua). Door het rotsdal loopt op 1750 meter hoogte de sterk stromende Urubamba.

Aangenomen wordt dat de bouw van de stad Machu Picchu werd begonnen rond 1440, onder leiding van Pachacuti. Tot aan de Spaanse verovering van het gebied in 1532 was de stad bewoond.

Over de functie van de stad zijn wetenschappers het niet eens. Doordat de stad zo ontoegankelijk is, wordt aangenomen dat de stad geen doorsneefunctie had. Vaak wordt aangenomen dat Machu Picchu een buitenverblijf was voor koningen en andere hooggeplaatsten. De stad heeft veel verblijven voor edelen, en ook een paar woningen voor hun dienaren. Er konden rond de 750 personen in de stad verblijven. Gedurende de regentijd, als er geen koningen aanwezig waren, zouden er veel minder mensen in Machu Picchu geweest zijn. Toen de Spanjaarden het rijk van de Inca versloegen, stopte de regelmatige trek van en naar Machu Picchu door edelen en raakte de stad verlaten.

Volgens sommigen zou de stad een fort zijn geweest ter verdediging van het Inca-rijk. Na de Spaanse verovering was er voor de Inca's geen noodzaak meer om er te blijven komen. Met deze verklaring is niet iedereen het eens, omdat de ligging van de stad het niet aannemelijk maakt dat van daaruit het Inca-rijk verdedigd werd. Bovendien waren er te weinig woningen voor voetvolk aanwezig.

Volgens een derde theorie zou Machu Picchu vooral bedoeld zijn geweest voor het verzamelen van coca-bladeren, omdat het op een punt ligt vanwaaruit veel plantages bereikbaar waren. Maar ook na de Spaanse verovering bleef de coca een belangrijke rol spelen in het gebied, zodat door deze theorie niet verklaard wordt dat de stad verlaten werd.

Onlangs werd vastgesteld dat in 1867 de Duitse goudzoeker en houthandelaar Augusto Berns de bergstad vond en plunderde, met toestemming van de Peruaanse regering. Berns verkocht de historische schatten aan Europese musea. In 1911 verrichtte de historicus Hiram Bingham een studie naar de Inca-paden in de omgeving van de stad. Tijdens deze studiereis ontdekte hij Machu Picchu opnieuw. Brede bekendheid kreeg de stad in 1913 toen de National Geographic een compleet nummer wijdde aan Machu Picchu.

In 1983 werd de stad opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is een populaire toeristische attractie, die van grote betekenis is voor het toerisme van de hele regio. Per jaar trekt de plaats rond de 400.000 bezoekers. De UNESCO vreest dat dit grote aantal bezoekers de stad verder zal beschadigen. Sinds de jaren 1990 zijn winkels, hotels en dergelijke gebouwd en worden er veel nieuwe gebouwen neergezet langs het oude Incapad waarlangs deze stad te bereiken is.

Titicacameer
peru TiticacameerHet Titicacameer is het grootste meer van Zuid-Amerika, met een oppervlakte van 8340 km². Het ligt in de Andes tussen Peru en Bolivia op 3812 meter boven de zeespiegel, en is het hoogste commercieel bevaarbare meer ter wereld. De diepte is gemiddeld 140-180 meter, maximaal 280 meter. Er monden 25 rivieren in het Titicacameer uit, maar geen hiervan is van bijzondere betekenis. In het meer liggen 41 eilanden. Sommige hiervan zijn dichtbevolkt. De bekendste eilanden zijn Isla del Sol, Amantaní en Taquile.

Het meer is in twee delen verdeeld, een kleiner meer ten zuidoosten van het hoofdmeer is via de Straat van Tiquina met de rest van het meer verbonden. Niet ver van het meer liggen de ruïnes van de stad Tiahuanacu, die zijn bloeitijd kende tussen 500 en 1000 n.Chr. Eigenlijk ligt een deel van de stad zelfs onder de waterspiegel.

Bekend zijn de Uroseilanden, rieteilanden van de Uros-indianen. Deze eilanden zijn gemaakt van riet (totorariet) dat langs de oevers van het Titicacameer groeit.

Circa 40 eilanden worden bewoond. De bewoners maken van alles van riet: huizen, huisraad, boten enzovoort. Als de waterstand hoog is, drijven deze eilanden. Zodra het riet aan de onderkant vergaat, wordt een nieuwe laag toegevoegd. Oorspronkelijk waren deze eilanden het toevluchtsoord van de Uros-indianen voor de oprukkende Inca's. Tegenwoordig leven de Uros van de toeristen, die vanuit Puno de eilanden bezoeken.

Sinds Bolivia in 1884 zijn kuststrook aan Chili verloor (zie: Salpeteroorlog), oefent de Boliviaanse Marine in het Titicacameer.

Het water van het Titicacameer is licht zout. Het meeste water dat met de rivieren het meer binnenkomt, verdwijnt door verdamping. Slechts een klein deel van het water verlaat het meer via de rivier Desaguadero om via het Poopomeer (dat veel zouter is) uit te monden op de zoutvlaktes van Uyuni (Salar de Uyuni en Salar de Coipasa), waar het water geheel verdampt en het zout achterblijft. Dit verklaart waardoor het westen van Bolivia en het zuidoosten van Peru op een grote hoogvlakte (Hoogland van Bolivia) liggen: het water stroomt nergens af naar de oceaan, zodat de rivieren zich nooit diep in hebben kunnen snijden.

Over de jaren heen kan het niveau van het meer sterk variëren. In 1986 was het niveau zo hoog dat veel overstromingen optraden. In drogere perioden staat het water soms wel zes meter lager.

In 2013 vonden archeologen uit België meer dan tweeduizend voorwerpen in een sediment in het meer, zoals beeldhouwwerken en gouden sieraden. Er zaten eeuwenoude voorwerpen bij van de Inca's en de Tiahuanacu, en voorwerpen uit de 19e en 20e eeuw.

Lima
peru limaLima is de hoofdstad van Peru en met meer dan zeven miljoen inwoners (2006) ook de grootste stad van het land. De stad, specifieker benoemd als Lima Metropolitana en door de Spanjaarden gesticht als Ciudad de los Reyes, is tevens hoofdstad van de provincie Lima. Samen met het naburige Callao is het de grootste stedelijke agglomeratie van het land met ongeveer acht miljoen inwoners (in 2004). Lima-Callao is tevens de grootste stedelijke agglomeratie van de Zuid-Amerikaanse westkust.
Lima werd op 18 januari 1535 gesticht door Francisco Pizarro, onder de naam La Ciudad de Los Reyes (de "Stad van de Koningen"). De naam Lima is afkomstig van het Quechua woord Rimac ("Spreker"), hetgeen ook de naam is van de rivier die door Lima loopt. Pas in de 16e eeuw kreeg de stad deze naam.

De stad werd al snel een van de belangrijkste bases van de Spaanse overheersing in Peru. De 16e-eeuwse kathedraal op de centrale plein (het Plaza de Armas) is daaraan een herinnering. Gedurende de Spaanse koloniale overheersing was Lima in cultureel opzicht een belangrijke stad in Zuid-Amerika. Ook was een groot deel van het koloniale bestuur gevestigd in Lima. De dichtbijgelegen haven Callao was een belangrijke doorvoerplaats voor goederen die van en naar Spanje vervoerd werden. Tot aan de binnenlanden van Argentinië was dit de belangrijkste haven.

Vanaf de 18e eeuw kreeg Lima te maken met een teruggang. In 1746 werd een groot deel van de stad door een aardbeving verwoest, waarbij duizenden mensen het leven verloren. De onafhankelijkheidsoorlogen en daarna de bezetting door Chili van 1881 tot 1883 veroorzaakte een uittocht uit de stad.

Aan het begin van de 20e eeuw telde de stad 140.000 inwoners. De infrastructuur werd sterk verbeterd, en zoals in veel landen in Latijns-Amerika oefende de stad een grote aantrekkingskracht uit op mensen van het platteland, die erheen verhuisden om hun geluk te beproeven. Ondanks haar kleine afmetingen, is deze provincie aan het begin van de 21ste eeuw nog steeds de grootste industriële en economische 'krachtcentrale' van de Peruaanse economie. Een groot deel van het BNP is hier geconcentreerd. Aan het einde van de 20e eeuw werd vervuiling van het milieu een belangrijk probleem in Lima. Om een alternatief te bieden voor het drukke stadsverkeer werd halverwege gestart met de bouw van een metro. De metro van Lima kent momenteel één lijn met een lengte van tien kilometer. De metrotreinen rijden om kosten te besparen slechts in het weekend en gedurende feestdagen. Door het geldtekort vorderen uitbreidingen ook traag. De stad kent veel industrie, en voor de 8 miljoen bewoners zijn er geen beperkingen wat betreft de ouderdom of de vervuilingsgraad van hun voertuigen. Sinds 2006 worden er leningen verstrekt om taxi's om te bouwen op natuurlijk gas dat in de Amazonebekken van Peru gewonnen wordt.

In 1988 werd het historisch centrum van Lima opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Op 29 december 2001 ontstond er in dit historisch centrum een grote brand. In een gebouwencomplex met winkels en woningen stak een verkoper in een vuurwerkwinkel een stuk vuurwerk aan om het aan een klant te demonstreren. Daardoor vatte het andere vuurwerk in de winkel vlam, waarna het vuur oversloeg naar bebouwing in de buurt. Bijna 300 mensen kwamen om en een groot aantal historische panden raakte beschadigd.

In juni 2011 lieten de vertrekkende president Alan Garcia en het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht een 37 meter hoog witstenen Christusbeeld verrijzen op de Mooro Solar, de Zonneheuvel ten zuiden van de baai waaraan Lima ligt. Het beeld kijkt uit over de Stille Oceaan en wordt dan ook wel de Christo Pacifico genoemd.

Cuzco
peru CuscoCuzco (ter plaatse wordt de naam van de stad meestal geschreven als Cusco) is een stad in het zuidoosten van het Zuid-Amerikaanse land Peru, en de hoofdstad van de gelijknamige regio. Cuzco heeft als bijnaam de keizerlijke stad.

Cuzco telde bij de census van 2007 348.935 inwoners[2]. De naam van de stad is afkomstig van het Quechua-woord dat navel (van de aarde) betekent. Cuzco ligt op een hoogte van ongeveer 3360 meter in de Andes.
Voordat de stad in de 16e eeuw door de Spaanse conquistadores werd veroverd, was het de hoofdstad van het Rijk van de Inca, Tawantinsuyu ("Het land van de vier windstreken") genaamd. Cuzco was van dit rijk de hoofdstad en het culturele centrum. De Inca’s gaven de stad de vorm van een poema en ze bouwden vele tempels zoals die voor de zonnegod Inti en de maangodin Quilla. Behalve de hoofdstad was Cuzco voor de Inca’s namelijk ook een heilige stad. Zij meenden dat dit de plek was waarvan de zoon van de zon (Manco Capac) en de dochter van de maan (Mama Ocllo) na een lange zoektocht vanaf het Titicacameer (waar zij door zon en maan op de wereld waren gezet) besloten dat het vruchtbaar genoeg was om er te blijven en waar vervolgens het Rijk van de Inca geboren werd. Vanuit de steden in de omgeving kwamen er dan ook vele mensen op bedevaart. Bijgevolg had de stad een goed ontwikkeld systeem van persoonsregistratie, die het mogelijk maakte voldoende voedsel in voorraad te houden voor de bewoners en de bezoekers.

Tahuantisuyu was een sterk rijk, maar raakte aan het begin van de 16e eeuw door twisten verdeeld. De oorzaak daarvan was dat het rijk sinds 1471 onder de leiderschap van Túpac Inca Yupanqui sterk was gegroeid. Aan het einde van zijn heerschappij omvatte Tahuantisuyu een gebied dat lag tussen Quito in Ecuador en Santiago in Chili. Zijn opvolger Huayna Capac verlegde het bestuurlijke centrum vervolgens naar Quito, waardoor Cuzco in politiek opzicht inboette aan belang. Kort voor zijn dood verdeelde Huayna Cápac het rijk tussen zijn zoons Atahualpa en Huáscar. Het Noordelijke deel ging naar Atahualpa, terwijl Huáscar het Zuiden ontving. Huáscar maakte Cuzco weer tot hoofdstad van zijn deel van het gebied. Wat volgde waren jaren van rivaliteit tussen het Noorden en het Zuiden. In 1532 werd Huáscar door de Noordelijke troepen gevangengenomen, waardoor Atahualpa leider van het hele Incarijk werd.