De 104de editie van de Ronde van Frankrijk zal van 1 tot en met 23 juli 2017 worden verreden.

Apothicairerie in l'Hôtel-Dieu in Baugé - deze apotheek is ontstaan tussen 1675 en 1700.

De Waddeneilanden liggen langs de Noordkust van Nederland

Avontuur en comfort op natuurcampings tegenhanger van dagelijkse sleur

De Inca's waren een indianenvolk dat leefde in het westelijk deel van Zuid-Amerika, de Andes, van Peru en Bolivia en, naarmate hun rijk groeide (tussen ongeveer 1438 en 1532), ook in Ecuador, Chili en Argentinië.[Het Inca rijk op kaart][ Voorbeeld Inca Trail op kaart]

Het jaar 1532 wordt vaak als eindpunt genomen voor het Incarijk omdat de Spanjaarden toen, onder leiding  Peruvan Francisco Pizarro, de Incakeizer Atahualpa gevangen namen. In feite is deze gebeurtenis waarschijnlijk niet van groot belang geweest. Er waren andere kandidaten voor de troon (broers van Atahualpa) en hoewel die in de officiële bronnen vaak zijn afgeschilderd als marionetten van de Spaanse heersers, blijkt dit in vele opzichten toch niet het geval te zijn geweest. Uiteindelijk zouden er twee nieuwe Incastaten ontstaan; een officiële die geleid zou worden door een broer van Atahualpa (Paullu Inca) en zijn nakomelingen, en die met de Spaanse kroon samen bouwde aan een uniform rijk, én een klein staatje, in de bergen achter Cusco, gesticht in 1536 door weer een andere broer van Atahualpa, Manco Inca. Deze laatste staat (die heeft bestaan tot 1572) wordt vaak gezien als de rechtmatige opvolger van het rijk dat bestond voor de komst van de Spanjaarden (zie bijvoorbeeld het standaardwerk van John Hemming, "Conquest of the Inca's" uit 1970), maar ook dat kan in twijfel getrokken worden. Tot de 19de eeuw was het aantal Spanjaarden erg klein, de Inca-elite in Cuzco in goede doen, het grondgebied van het oude rijk nog vrijwel intact, en de economie bloeiend. Quechua, de taal die de 15de en 16de eeuwse Inca's hadden geprobeerd te verspreiden als lingua franca van het Andesgebied, was juist na de komst van de Spanjaarden erg in zwang geraakt (mede door actief missiebeleid van Spaanse ordes die in die taal de indianen probeerden te bekeren). Niet enkel indianen spraken het op den duur, maar ook anderen in de samenleving. Dit veranderde pas ná de onafhankelijkheid van de Andeslanden toen het idee opleefde om af te rekenen met alles dat "oud" en "koloniaal" was, dwz. "indiaans" & "koninklijk". Vanaf die tijd zijn de Andeslanden veel meer "verspaansd", dan voorheen. Het aantal niet-indianen groeide aanzienlijk, de indiaanse elite verloor zijn macht en het Quechua verloor snel terrein ten opzichte van het Spaans.

Het Incarijk besloeg ruwweg het gebied van de huidige landen Peru en Bolivia en de noordkant van Argentinië. Vele hedendaagse gebouwen in de Peruaanse stad Cuzco zijn gebouwd op resten van oude Incagebouwen, want Cuzco was de hoofdstad van het rijk.


    1 Geschiedenis
        1.1 Oorsprong en bloei
        1.2 Verzwakking en teloorgang
        1.3 De val van het rijk
    2 Staatsinrichting
    3 Cultuur
        3.1 Architectuur
        3.2 Geloof
        3.3 Taal
        3.4 Techniek
        3.5 Kleding
        3.6 Bestaansmiddelen
    4 Leger
        4.1 Wapens
        4.2 Strategie


Geschiedenis
Oorsprong en bloei

Vanuit het dal van Cuzco, het hart van het rijk, werd het Incarijk uitgebreid door de verovering van andere stammen, zowel in de Andes als langs de kust. De Inca's wisten hun rijk uit te breiden tot het noordwesten van Argentinië, het noorden van Chili en het zuiden van Ecuador. Ze noemden hun rijk zelf "Tawantinsuyu" (het rijk van de vier streken, verwijzend naar de vier regio's die aan de hoofdstad grensden).

De grootste bloei werd verkregen tijdens het bewind van keizer Pachacuti. De bestuursorganen van de veroverde stammen werden intact gelaten, maar dissidenten werden weggevoerd.

In 1532 veroverde Francisco Pizarro het Incarijk en maakte het tot de Spaanse kolonie Peru. Manco Inca Yupanqui, zoon van Huayna Capac, trok zich echter terug in de bergen. Manco en zijn opvolgers zouden nog tot 1572 over een ingekrompen Incastaat blijven regeren en het de Spanjaarden lastig maken.
Verzwakking en teloorgang

Op het moment dat de Spaanse veroveraars het Incarijk binnenvielen, hetgeen tot de val van het rijk leidde, was de bevolking al ernstig verzwakt doordat de pokken vanaf het noorden van het land waren binnengekomen. De helft van de Incabevolking overleed hierdoor, onder wie hun leider Huayna Capac. Hierna ontstond een burgeroorlog tussen zijn zonen Huáscar en Atahualpa om de erfopvolging. Huáscar zat in Cuzco, en Atahualpa zat in Quito. Uiteindelijk wist Atahualpa Huáscar gevangen te nemen. Atahualpa had zijn intrek genomen in Cajamarca, omringd door een enorm leger.
De val van het rijk

Ondertussen was Francisco Pizarro, een Spaanse conquistador, in het noorden geland. Hem werd de weg naar Cajamarca gewezen, deels door Inca's die Atahualpa een kwaad hart toedroegen. In Cajamarca wist Pizarro Atahualpa met een list gevangen te nemen, waarbij vele hooggeplaatste Inca's werden afgeslacht. Atahualpa had namelijk gewenst de Spanjaarden zonder beveiliging te ontmoeten, en zonder dat zijn onderdanen wapens zouden dragen. De list van Pizarro was waarschijnlijk niet gelukt als Atahualpa het gevaar van de Spanjaarden had ingezien. De keizer zag de Spanjaarden echter voornamelijk als slechtgemanierd en vooral onbetekenisvol. Hij nodigde de Spanjaarden uit in zijn hoofdstad, hetgeen er volgens velen op duidt dat Atahualpa de Spanjaarden de pracht en praal van het Incarijk wilde laten zien, om ze zo te imponeren. Ook waren de Spanjaarden zo zwaar in de minderheid dat een aanval bespottelijk moet hebben geleken. Had Atahualpa de Spanjaarden niet onderschat, dan had hij ze waarschijnlijk gevangen kunnen nemen en dan was de geschiedenis van de Andes misschien heel anders gelopen.

Na Atahualpa's gevangenneming kregen zijn generaals geen orders meer, waardoor ze niet meer wisten wat ze moesten doen. De Spanjaarden vielen het leger bij verrassing aan. Ze waren met 1 tegen 1000 in de minderheid, maar wisten met hun tactiek, vuurwapens, harnassen en paarden de Incalegers in een eenzijdige veldslag te verslaan. Tienduizenden Incasoldaten werden afgeslacht. Later werd de laatste weerstand bij Cuzco in een soortgelijke veldslag gebroken. Huáscar werd in opdracht van Atahualpa vermoord, waarna de laatste ter dood veroordeeld werd door de Spanjaarden.


Staatsinrichting

De leider van de Inca´s was de Sapa Inca. Hij was een absolute heerser. Hij trouwde met zijn volbloed zus, de Qilla. Deze had een grote hofhouding uit de Huizen van de Zon. De Sapa Inca werd beschouwd als de directe afstammeling van de zon en was daarom zowel politiek, militair en godsdienstig leider van het Incarijk.

De vier hoogste leden van de adel vormden met de Inca de Koninklijke raad. Elk van deze vier had de leiding over een van de provincies. Onder hen waren de gouverneurs, die de leiding hadden over deelprovincies. Ze onderhielden goede relaties met de leiders van de ayllu's.


Cultuur
Architectuur

Door het gehele rijk werden nieuwe, betere paden aangelegd, de zogenaamde Incapaden, die 22.000 km lang waren. De Inca's waren zeer goede architecten; zij bouwden bruggen over rivieren, goede forten, en mooie steden met tempels. Zij wisten land in het hooggebergte te bebouwen door terrassen aan te leggen. Machu Picchu is daar een mooi voorbeeld van. De muren van stenen gebouwen bestonden uit stenen die zo in elkaar waren gelegd dat cement niet nodig was. Deze gebouwen waren dan ook veel beter bestand tegen aardbevingen: wanneer die voorkwamen werden de door Spanjaarden gebouwde gebouwen altijd veel zwaarder beschadigd dan de oudere Incagebouwen. Ook bouwden de Inca's goede wegen, waar echter geen karren overheen reden omdat de Inca's geen gebruik maakten van het wiel hoewel ze dit wel kenden.
Geloof

De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. Om te zorgen dat de maan en de zon niet zouden stoppen, werden stenen op de bergtoppen geplaatst. De zonnegod heette Inti, de maangod Quilla. De verering van de zon werd tijdens het bewind van Viracocha als enig geloof ingesteld. In de stad Tiwanaku bij het Titicacameer zijn er nog mooie ruïnes van een centrum gewijd aan Viracocha, de oppergod. Tiwanaku is overigens niet door de Inca's gebouwd, maar door een aan de Inca's voorafgaande cultuur.

Hun godsdienst heette het Intioisme.

De Inca's geloofden in een leven na de dood en ze vereerden ook hun voorvaderen. De lichamen van hun voorvaderen waren de belangrijkste voorwerpen binnen het rijk. Het was net alsof ze nog leefden, want de Inca's spraken met hun voorvaderen over de dingen die gingen gebeuren.

Op het platteland werden de doden gebalsemd in een tombe in de vorm van een bijenkorf gelegd. Er waren vaten voedsel en chicha bij gezet, zodat men te eten had in het hiernamaals. De begrafenisceremonie, waarbij de vrouwen hun haar afknipten, duurde acht dagen.

Recent onderzoek (in Machu Picchu) duidt aan dat langs de rand van de stad de stenen (exacte) kopieën zijn van de omringende bergen. Er wordt verondersteld dat de Inca's de bergen als goden beschouwden en ze vereerden.
Taal

De Inca's spraken een zuidelijke variant van het Quechua. De Inca-elite, de échte Inca's, spraken een "geheime" taal waarvan de wetenschap nog steeds niet weet welke taal het is. De Academia Mayor de la Lengua Quechua in Cuzco claimt dat het een hogere vorm van Quechua was (hoewel de Inca's niet uit het voor die taal oorspronkelijke gebied kwamen). De linguïst Alfredo Torero [1] maakt aannemelijk dat de eigenlijke Inca-stam, die de elite van het Tawantinsuyu werd, een oude Aru-vorm (een Aymara-variant) sprak, maar is daarbij in een langslepende discussie beland met onder andere Rodolfo Cerrón-Palomino[2] die meent dat de Inca-elite Pukina sprak, aangezien er aanwijzingen zijn dat Pukina de taal was van Tiwanaku, van welk rijk de Inca's claimden de opvolgers te zijn.

Het Quechua is een taal waarvan de oorsprong in het kustgebied van midden-Peru ligt. Deze taal verspreidde zich naar het gebied van Cuzco en werd vervolgens door de Inca's gebruikt als de lingua franca van hun rijk en op die manier verspreid over de Andes.

Andere talen, waarvan het Aymara het belangrijkste was, werden zoveel mogelijk onderdrukt. Wanneer de Inca's een nieuw gebied veroverd hadden, deporteerden ze een deel van de bevolking, dat ze vervingen door indiaanse stammen die de Inca's beter gezind waren en al de Incacultuur droegen en Quechua spraken. Hierdoor konden ze hun taal en cultuur effectief aan de onderworpen volkeren opleggen. De Inca's kenden geen schrift. Voor de administratie van in aantallen uit te drukken gegevens gebruikten ze als mnemotechnisch hulpmiddel de quipu, touwen met knopen. Quipu's zijn nog altijd niet ontcijferd.
Techniek

Bijzonder was dat de Inca's een aantal elementaire uitvindingen zoals het wiel en het schrift niet kenden, maar toch een zeer hoogstaande beschaving hadden. Waarschijnlijk is dit te verklaren door hun hoge organisatiegraad en hun substituten. De quipu's maakten bijvoorbeeld administratie mogelijk. Wielen en karren waren in het bergachtige kernland vaak onhandig. Communicatie werd door middel van menselijke koeriers in stand gehouden.
Kleding

De kleren van de Inca's waren gemaakt van katoen of wol. De mannen droegen een lendendoek die om hun middel hing met daarover een tuniek, die op een poncho leek en gemaakt was van alpacawol. Als het koud was, hadden ze een mantel van wol om. Aan hun voeten hadden ze sandalen en ze hadden wollen koordjes in hun haar.

De vrouwen hadden een enkellange tuniek van alpacawol aan. Daarover hadden ze een omslagdoek, die op werd gehouden met een speld. Ook vrouwen hadden sandalen aan hun voeten.

Hogere Inca's hadden dezelfde kleren aan, maar die waren van een betere kwaliteit. Ook hadden zij speciale voorwerpen zoals hoofdtooien en gouden sieraden en oorknoppen.

Bestaansmiddelen

De Inca’s leefden van de landbouw. Hun belangrijkste middel van bestaan is akkerbouw. De meeste Inca's waren dan ook boer. De Inca boeren bevloeiden en bemestten het land en verbouwden ruim 20 producten, zoals maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. In andere delen van de wereld kende men die toen niet. Deze producten moesten natuurlijk wel verbouwd worden, dit deden de mannen. De vrouwen maakten o.a. kleding, en van maïs maïsbier. Dit maïsbier werd veel gebruikt bij maaltijden.

Leger

De Sapa Inca stond aan het hoofd van het leger. Hij had een persoonlijke lijfwacht voor het geval dat hij in gevaar kwam. Hij koos ook zelf zijn generaals uit. Alle mannen tussen de 25 en 50 jaar konden hiervoor in aanmerking komen. Als ze in aanmerking kwamen, werden ze speciaal opgeroepen.

Het goed georganiseerde leger werd hiërarchisch bestuurd:

    de 'Chunka Camayoq' had 10 mensen onder zich.
    de 'Pachaq Camayoq' had 100 mensen onder zich
    de 'Waranqa Camayoq' had 1000 mensen onder zich
    de 'Apu' was de kapitein van 2500 mensen
    de 'Hatun Apruratin' was een onderbevelhebber met 5000 mensen onder zich
    de hoogste bevelhebber was de generaal, die 10.000 mensen onder zich had

Wapens

De Inca's in het oosten waren experts met de boog. De kuststammen gebruikten vooral speren en werppijlen. Sommige stammen gebruikten bola's, dat waren 2 of 3 stenen die door koorden bij elkaar werden gehouden. Dit wapen kon zich rond de benen of poten van mens of dier wikkelen en kon gemene wonden veroorzaken. Houten zwaarden met bronzen snijvlakken werden overal gebruikt. Het leger in oorlogstijd bestond uit ongeveer 250.000 soldaten, in vredestijd uit 70.000 manschappen.

Een bijzonder wapen dat de Inca's gebruikten waren gloeiende stenen, gewikkeld in een met brandbare vloeistof doordrenkte doek. Wanneer deze stenen naar de vijand werden geslingerd, vatten ze door de wrijving vlam, waardoor ze insloegen als brandbommen.
Strategie

De Inca's begonnen hun gevechten met veel lawaai. Dan begonnen de slingeraars, gevolgd door de boogschutters, pijlwerpers en de bola's. Vervolgens begon het lijf-aan-lijfgevecht. De Inca's zochten de belangrijkste krijgers in het leger die vervolgens werden uitgeschakeld door een speciaal uitgezocht groepje krijgers.

De reservetroepen werden weggehouden van verwarrende gevechten zodat ze naar de frontlijn konden worden gestuurd als dit nodig was. Ze konden dan via een zijkant aanvallen, of gewoon rugdekking geven aan de aanvallende troepen. De Inca's probeerden de vijand van een sterke positie te verdrijven door de vegetatie in brand te steken.

Het Inca-rijk op kaart

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken

Voorbeeld Inca Trail

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken