Arbois in Montagnes du Jura - het Franse Juragebergte - enkele fraaie streetviews

De provincie Gerona is de eerste Spaanse provincie bij de passage van de grens met Frankrijk.

Booking.com heeft een aanbod van meer dan 2.330.186 accommodaties over de hele wereld.

Kreta is het grootste en meest zuidelijke eiland van Griekenland. Het heeft voor ieder wat wils.

Artists Commuters - Pierre Kemp, Piet Stockmans, Toon Tersas - 05.06-30.09.2012. Drie gevestigde kunstenaars die in leven en werk uitdrukking geven aan een sterke verbondenheid met de Euregionale geschiedenis van ambacht en industrie.

Deze tentoonstelling maakt deel uit van het parallel programma van Manifesta 9 in Genk (B).

Het overgrote deel van het schilderkunstig oeuvre van de Maastrichtenaar Pierre Kemp (1886 -1967) is sinds lang in de collectie van het Bonnefantenmuseum. Het werk van Toon Tersas (1924 Weert - 1995 Dessel (B)) werd eerder in dit museum getoond en is voorstel tot aankoop. De gerenommeerde Belgische ontwerper-keramist Piet Stockmans (Leopoldsburg 1940) is nu uitgenodigd om speciaal voor de centrale ruimte op de derde verdieping een opstelling te creëren.

In de kunstzinnige posities van dit illustere driemanschap zijn gemeenschappelijke kenmerken te vinden, die een verbondenheid impliceren met het historische DNA van de Euregio en daarmee met de thematieken van de Manifesta-biënnale die momenteel te zien is in Waterschei, Genk. Kenmerken die zich laten vangen in het beeld van het pendelen ofwel forensen: als definitie van het bewegen tussen woon- en werkplaats, tussen thuis en betaalde baan. Bij elk van deze kunstenaars krijgt het pendelen op een andere manier gestalte. Het is opgevat als rusteloos heen en weer bewegen tussen diverse passies; tussen het verlangen naar zelfverwezenlijking en (bittere) noodzaak om de kost voor het gezin te verdienen. In het pendelen worden allerlei grenzen overschreden en afgetast, niet alleen geografische, maar ook tussen vakmanschap en verbeelding, commercieel of vrij werk, wat een interessante dimensie toevoegt aan het leven en werken van deze drie kunstenaars.

Er is de forens Pierre Kemp, wiens werkzame leven als 14-jarige begon als plateelschilder voor de Société Céramique in Maastricht en later zijn passie voor de dichtkunst en schilderkunst bekostigde met een voltijdbaan als loonadministrateur bij de steenkolenmijn Laura in het Limburgse Eygelshoven. Het pendelen tussen de dicht- en schilderkunst werd evenwel een strijd, die later beslecht werd ten koste van de schilderkunst.

De in Weert geboren maar later naar het Belgische Mol verhuisde Toon Tersas (pseudoniem voor Antoon de Keersmaekers) had met virtuoze kalligrafie succes in Duitsland. Hij pendelde onvermoeibaar tussen wat een driedubbelleven genoemd kan worden: tussen fulltime bediende bij een electriciteitsmaatschappij, zijn succesvolle kalligrafie-praktijk en zijn lange tijd door de kunstwereld genegeerde politiek en sociaal-geëngageerde werk. Een deel van dit laatste werk waarvoor internationale herwaardering ontstaat is in deze tentoonstelling te zien.

Piet Stockmans, ten slotte, de enige nog levende ontwerper-kunstenaar in dit gezelschap pendelde tussen België, Duitsland en Nederland voor respectievelijk zijn opleiding en werkervaring als ontwerper bij de Mosa in Maastricht. Hij pendelt nog steeds onvermoeibaar en succesvol tussen industrieel en artisanaal design en tussen toegepast en vrij werk. Zoals in deze eerste presentatie in het Bonnefantenmuseum te zien is, thematiseert Stockmans in zijn werk verschillende visies op allerlei letterlijke en figuurlijke grenzen: geografische, ecologische, fysische en psychologische.


PIERRE KEMP
De in Maastricht geboren en getogen Pierre Kemp (1886-1967) werd in 1959 bekroond met de Staatsprijs voor Letterkunde, de P.C. Hooftprijs, en daarmee gecanoniseerd als een van de grote Nederlandse dichters van de twintigste eeuw. Het is goed te weten dat de gerenommeerde dichter, die ook schilderde, het grootste deel van zijn leven tussen Maastricht en Eygelshoven pendelde om als loonadministrateur bij de steenkolenmijn Laura de kost te verdienen. (1916-1945).

Het was niet vanzelfsprekend dat de jonge Pierre ging schilderen en dichten. Vader Kemp was drukker in de keramiekindustrie en dat leidde er onverbiddelijk toe dat de jonge Pierre nadat hij in 1900 op veertienjarige leeftijd de lagere school verliet, zijn intrede deed in de Société Céramique als leerling-plateelschilder. Tot 1913 zou hij daar streepjes trekken en bloemen en andere ornamenten schilderen op porselein en aardewerk. Kemp was ambitieuzer dan de doorsnee plateelschilder; hij maakte omstreeks 1910 serviesontwerpen met Jugendstil-achtige motieven als waterlelies en pauwen. De keramische industrie zag er evenwel geen brood in; ze bleven in portefeuille. In 1910 publiceerden Pierre en zijn al even multi-begaafde broer Mathias gedichten in de Limburger Koerier en trokken daarmee de aandacht van pater Jos van Well (1866-1943) die zijn mentor en promotor zou worden. Van Well wist enkele Limburgse en Brabantse industriëlen over te halen te investeren in de ontwikkeling van de jonge Maastrichtenaar. Met als contraprestatie de volledig productie aan schilderijen en tekeningen van de gedurende één jaar vrijgestelde Kemp. Aldus verliet Pierre Kemp op 28 februari 1913 de keramische industrie om er nooit meer terug te keren. Het was een bevrijding in de letterlijke zin: van geestdodend werk; van werkdagen van elf uur (en een half uur minder in de winter). Het verhaal eindigt een jaar later evenwel in mineur, althans wat betreft de schilderkunst. Het bericht dat zijn poging tot professionalisering als schilder mislukt was, bereikte Kemp vermoedelijk in april 1914. 'De zwarte fabriek rees weer voor zijn oogen, hij voelde zich een gebroken man.' Van Well had tegen het eind van 1913 evenwel een tweede ontdekking gedaan: Pierre Kemp, 'gewoon arbeider in een aardewerkfabriek', was een 'rasecht dichtertalent'. Een keuze uit de literaire productie van 1911-1913 werd in 1914 gepubliceerd onder de titel Het wondere lied. Desalniettemin lukt het Kemp niet met schilderen dan wel dichten een bestaan op te bouwen en in 1916 accepteerde Kemp een baan als loonambtenaar bij de steenkolenmijn Laura in Eygelshoven.

Kemps tweede schilderperiode - zijn revanche eigenlijk - duurde van 1929 tot 1934. Een verhuizing naar een huis met zolder in de Turennestraat bood daartoe de benodigde extra ruimte. In krap zes jaar tijd zou Kemp meer dan 140 schilderijen produceren die tezamen zijn 'klassieke werken' vormen. Geïnspireerd door het symbolisme hanteerde Kemp een helder kleurgebruik en een fantasierijke, naïeve beeldtaal, die niet erg aansloten bij het werk van zijn tijdgenoten. Wat bij nadere beschouwing het meest opvalt aan deze werken - die expressionistisch of decoratief, dan weer surrealistisch of soms bijna monochroom-abstract zijn (destijds in Maastricht ongehoord) - is dat er altijd sprake is van menselijke aanwezigheid: een eenzame fietser ondergedompeld in het onwerkelijke lichtschijnsel van rokende fabrieksschoorstenen (Concerns, 1931); jonge meisjes als stipjes in watertorens (Les maisons de l'éternité, 1932); felle koplampen van auto's op de Dronken brug (1930).

Bij gebrek aan erkenning stopte Kemp in 1935 definitief met schilderen om zich tijdens de vele treinritten en in de avonduren volledig aan zijn dichterschap wijden.
In de tentoonstelling vinden we een ruime selectie van Kemps ' klassieke' olieverfschilderijtjes. De paneeltjes hangen zonder lijst waardoor de ruwe rand van het eenvoudige, met doek beplakte schilderkarton (marouflé) goed zichtbaar is.


TOON TERSAS
De in 1995 overleden kunstenaar Toon Tersas liet een œuvre na waarvan het belang pas kort voor - en vooral na - zijn dood aan het oppervlak kwam. Toon Tersas werd in 1924 geboren in het Nederlandse Weert, uit een Nederlandse moeder en een Belgische vader. Hij zou het grootste deel van zijn leven in Mol (B) wonen, tot aan zijn pensionering bij de electriciteitsmaatschappij EBES waar hij werkte als bediende. Hoe actueel en internationaal zijn werk nu ook oogt, hij vond er indertijd weinig interesse en geen internationale aansluiting voor. Pas in de tweede helft van de jaren '90 werd zijn œuvre herontdekt, via tentoonstellingen in Galerie Van Laethem in Rekem (B) en in het Provinciaal Museum in Hasselt (B). Zo mocht hij in het laatste jaar van zijn leven nog even proeven van de interesse en bewondering van jonge kunstenaars. Zoals Luc Tuymans het verwoordde, een invloedrijk schilder uit België wiens werk ook in de collectie van Bonnefantenmuseum is opgenomen:
'Als ik hem eerder had gekend, was ik door hem beïnvloed geweest'.

Tersas' vader was letterzetter geweest en zijn van huis uit meegekregen liefde voor de letter en de kennis van het drukproces bracht Tersas, naast lof voor zijn technisch kunnen, via het Frans Masereelcentrum (Vlaams Centrum voor grafische kunsten) ook intensief in contact met beroemdere Belgische collega's als Jef Geys en Panamarenko en zijdelings Marcel Broodthaers. Het zijn vooral de schilderijen, gouaches, litho's en getekende dagboeken met ironische bespiegelingen en kritische kanttekeningen, waarin Tersas direct refereert aan de massamedia en de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen van de jaren zeventig, die ons nu zo opmerkelijk fris, krachtig en actueel toeschijnen. Voor Tersas zelf lag zijn kunstenaarschap in het verlengde van een oprecht persoonlijk engagement met de wereld: "Ik geef mezelf het recht tot spreken. Wanneer ik me kwaad maak over een gebeurtenis of een staaltje van hypocrisie dan spui ik mijn kritiek in de teksten en beelden. […] Ik ga meestal uit van de actualiteit, een krantenbericht of iets dat ik toevallig lees. Ik heb geen enkele behoefte iemand na te volgen. Die actualiteit vervorm ik, soms door een kleine verandering in de tekst, meestal door een totaal nieuwe zetting".
De waardering voor zijn inhoudelijk oeuvre volgde alsnog in 1994, toen de inmiddels 70-jarige Tersas met galerie Van Laethem te Oud-Rekem (B) ging samenwerken en jongere generaties kunstenaars uit de Euregio dit oeuvre leerden kennen. Inmiddels bezitten de musea van Antwerpen en Gent en de Vlaamse Gemeenschap kernwerken uit Tersas' oeuvre.
De getoonde werken zijn voorstel tot aankoop voor de collectie van het Bonnefantenmuseum.


PIET STOCKMANS
Piet Stockmans werd in 1940 geboren in Leopoldsburg (B). Na zijn opleiding bij de sculpturaal barokke keramiekkunstenaar Jan Heylen aan het toenmalige Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste kunsten te Hasselt leerde Piet Stockmans de technische perfectie van het werken met porselein in de Hohere Fachschule fur Porzellan in Selb (DE), thuisstad van de belangrijkste porseleinbedrijven (o.a. Rosenthal). Na stages in enkele gerenommeerde fabrieken was Stockmans rijp voor een beroepscarrière als vormgever bij Mosa Maastricht. Hij zal er tussen 1966 en 1989 instaan voor tientallen belangrijke ontwerpen, waaronder het bekende koffiekopje 'Sonja'. Zijn hoogstaande technische en artistieke vaardigheden deelde hij in de loop der jaren ook met de studenten van de opleidingen Industriele vormgeving in Genk en Eindhoven. Toen Stockmans in 1989 Mosa verliet, betekende dat allesbehalve het einde van zijn designcarrière. In 1989 richtte hij een eigen bedrijf op, de ' Pieter Stockmans Products' , waarvan de commerciële basis evenwel te beperkt bleek te zijn. Het belette hem niet om verder te werken met producenten in België, Duitsland en China, naast werk voor de eigen Stockmans-studio. Het motto van Stockmans is onder alle omstandigheden: functionaliteit en perfectie.

Als artistieke grensganger heeft Stockmans ook nog een andere kant: zijn vrije werk, waarmee hij in 1983 aan de biënnale van São Paulo deelnam en dat in de loop der jaren in talloze individuele en collectieve tentoonstellingen getoond werd. Inmiddels maakt dit werk deel uit van belangrijke particuliere en museale collecties (o.a. Stedelijk Museum Amsterdam). Zijn installaties zijn doorgaans ernstige, haast filosofische beschouwingen over de mens en zijn omgeving, waarbij hij op subtiele wijze de grenzen weet te slechten tussen 'autonome' en 'toegepaste' kunst. In deze eerste presentatie in het Bonnefantenmuseum toont hij een drietal recente installaties. In zijn maquette-project 'De Belgische wal' (2007) verbeeldt hij, met gevoel voor ironie, de lange-termijn-gevaren van klimaatverandering. Een 200 kilometer lange wal van porseleinen cilinders zal als golfbreker dienen wanneer de zeespiegel zozeer stijgt dat Antwerpen en Brussel onder de waterspiegel dreigen te verdwijnen. Cilinders spelen ook een rol bij het werk dat gaat over de verschillende materiële gedaanten waarin het porselein zich aan ons voor kan doen. De gipsen cilinder is de mal waarin de vaas gevormd wordt uit gietklei, voordat die in de oven tot porselein getransformeerd wordt. Het volume van de uitgestorte, en door de extreme droog-krimp gebarsten plas gietklei correspondeert exact met de inhoud van de vaas. De porseleinen boekvormen tenslotte plaatsen ons als toeschouwer voor een bijzonder dilemma. Het lijkt immers onmogelijk om kennis te nemen van de inhoud van deze boeken zonder de porseleinen pagina's te beschadigen. Soms kun je maar beter niet alles weten…

http://www.bonnefanten.nl

Veilig, snel, vertrouwd

Booking.com