Kreta (Grieks: Κρήτη, Kriti) is het grootste van de Griekse eilanden, en is in grootte het vijfde eiland in de Middellandse Zee. Het eiland vormt, samen met een paar kleine nabijgelegen eilanden, tevens de meest zuidelijke van de dertien Griekse regio's.
Door de gunstige ligging tussen de kusten van Klein-Azië, Cyprus, Egypte en Syrië heeft Kreta, dat ook wel bekend is onder de Venetiaanse benaming Candia, een lange geschiedenis als centrum van de zeehandel. Tussen 1600 en 1400 v.Chr. bereikten de Kretenzers door die ligging een hoog beschavingspeil, dankzij hun heerschappij die op zeemacht berustte.
Minoïsche tijdDe oudste tekenen van beschaving op Kreta dateren uit ongeveer 6500 v.Chr. toen volkeren uit Klein-Azië zich naar het eiland begaven. Deze periode staat bekend als het Neolithicum en kwam ten einde rond ongeveer 3000 v.Chr.
Ongeveer 3300 v.Chr. ontwikkelde zich op het eiland de Minoïsche beschaving. Het was de eerste grote beschaving van het gebied rond de Egeïsche Zee. De Minoïsche periode was van 3300 v.Chr. tot 1450 v. Chr.
Deze bracht goede zeevaarders, handelaars en landbouwers voort. Omdat zij vrijwel de gehele oostelijke Middellandse Zee onder controle hadden en vrijwel geen vijanden hadden, konden zij zich ontwikkelen tot een bijzonder hoge beschaving. Knossos was vermoedelijk een belangrijk ceremonieel en politiek centrum. In deze periode was er grote welvaart op Kreta vanwege de handel met Griekenland, het Middellandse Zeegebied, Egypte en Syrië. Ook de vruchtbare grond van Kreta die olie, graan en wijn leverde zorgde voor grote welvaart. De paleizen vormden de economische centra. De ruïnes van deze paleizen zijn op verschillende delen van het eiland te vinden. Het paleis van Knossos bevatte goed ingerichte vertrekken met muurschilderingen, sommige van levensgroot afgebeelde mensen, stieren en dolfijnen. Andere onderwerpen zijn religieuze optochten, dansers, fabeldieren, lelies en vogels.
Door de welvaart nam de bevolking van Kreta toe en verspreidde zich over heel Kreta. De Minoïsche beschaving was waarschijnlijk vredelievend, want er zijn geen verdedigingswerken gevonden.
Aan deze Minoïsche beschaving kwam rond 1400 v.Chr. een einde. Dit wordt vaak in verband gebracht met een waarschijnlijk allesverwoestende aardbeving en vulkaanuitbarsting (Thera). In deze gebeurtenis ziet men zelfs de aanleiding voor de legende van Atlantis. Dendrochronologisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat de Thera uitbarsting ruim twee eeuwen voordien (1628 v.Chr.) heeft plaatsgevonden.
Toen het economisch niet meer goed ging, werd Kreta veroverd door de Myceners uit het Griekse gebied. Deze periode was minder belangrijk dan de Minoïsche tijd. Een van de belangrijkste dingen uit deze tijd was dat er aan goudbewerking werd gedaan.
Rond 1100 v.Chr. was er veel onrust en onzekerheid, waardoor een migratiegolf naar Cyprus op gang kwam. Rond 1000 v.Chr. trokken Dorische volken vanuit het Griekse vasteland naar Kreta, die de ijzerbewerking meebrachten. Dit wordt de Dorische tijd genoemd. Deze periode wordt ook de "donkere periode" van de geschiedenis van Kreta genoemd, omdat er vaak oorlogen tussen de steden gevoerd werden, vooral omdat er weinig voedsel was door gebrek aan landbouwgrond. In de eeuwen daarna (ongeveer 800 v.Chr. tot ongeveer 500 v.Chr.) waren er veel kunstenaars op Kreta die veel beelden maakten. In de klassieke periode (480-323 v. Chr) werd de techniek van het slaan van munten geïntroduceerd. Tijdens deze periode was Kreta niet echt in beeld want Kreta had niet veel macht. Alexander de Grote was namelijk aan de macht in het buurland Macedonië aan het eind van de klassieke periode. Alexander de Grote overleed in 323 v. Chr. De daaropvolgende 2500 jaar werden gekenmerkt door een aaneenschakeling van oorlogen. Achtereenvolgens hebben Romeinen, Arabieren, Byzantijnen, Venetiërs en Turken het eiland overheerst.
In deze periode was Kreta een provincie van Rome en eindelijk was er rust en orde op het eiland. Het was nu voor het eerst dat Kreta bezet werd door een vreemde macht. De Romeinen zorgden voor de heropbouw van het eiland en de aanleg van wegen, aquaducten en tempels. Kreta bloeide onder het Romeinse bewind weer op en diverse steden kenden grote economische bloei. In deze periode kenden de landbouwsector en de veeteeltsector zeer goede tijden maar ook de visserij deed het uitstekend.
In 365 n.Chr werd Kreta getroffen door een zware aardbeving en als gevolg daarvan een tsunami, die grote schade aanrichtte. Veel gebouwen werden helemaal vernietigd. Delen van West-Kreta kwamen tot negen meter hoger te liggen.
In de 9de eeuw veroverden de Arabieren Kreta. Voor ongeveer anderhalve eeuw hadden ze de macht op Kreta, totdat de Byzantijnen het eiland veroverden met wel 3000 schepen. Er kwamen veel inwoners van Constantinopel op Kreta wonen.
De tijd van de Kruistochten was nu aangebroken en na de bezetting van Constantinopel in 1204 kwam Kreta in handen van Bonifatius van Montferrato. Bonifatius had eigenlijk de nieuwe keizer van Venetië moeten worden, maar de Venetianen verkozen Boudewijn de 6e van Henegouwen. Aan Bonifatius werd Kreta toegewezen, maar hij verkocht het eiland spoedig aan Venetië. Even probeerden de Genuezen alsnog het eiland te veroveren maar het waren uiteindelijk de Venetianen die het definitief innamen. Zo kwam Kreta onder Venetiaanse heerschappij. Deze periode duurde 4,5 eeuwen lang. De Venetianen bevolkten het eiland met militairen aan wie ze grote grondgebieden gaven. Dit had als gevolg dat er tal van opstanden waren door de Kretenzische bevolking. Deze opstanden werden steeds met harde hand onderdrukt.
Na de val van Constantinopel (1454) groeiden de Venetianen en Kretenzers meer naar elkaar toe. Dit kwam waarschijnlijk ook door de angst voor de gezamenlijke vijand, de Ottomanen. Veel Kretenzers leerden Italiaans en gingen naar Venetië om te werken of te studeren. Vanaf circa 1454 en voor twee eeuwen lang kende Kreta een enorme culturele bloei, het was de tijd van de Kretenzische Renaissance. Schilderkunst, architectuur, beeldhouwkunst, literatuur, onderwijs, alle vormen van kunst kenden hoogtij. De Venetiaanse kenmerken van Kreta uit die periode zijn vandaag nog steeds overduidelijk te zien op Kreta.
In 1645 vielen de Ottomaanse Turken Kreta binnen. De verovering maakte abrupt een einde aan de Kretenzische Renaissance. Dit was het ook het begin van een langdurige onderdrukking van de lokale bevolking door de Turken. De Venetianen verlieten het eiland, maar ook veel Kretenzers gingen ergens anders wonen. De Kretenzers moesten hoge belastingen betalen en daarnaast werden ze belemmerd hun orthodoxe godsdienst uit te oefenen. Ze werden zelfs met geweld verplicht zich tot de islam te bekeren. Vanaf het einde van de 18e eeuw kende Kreta nog zwaardere tijden en in de 19e eeuw braken er opstanden uit.
In 1821, het jaar van de opstand van de Grieken tegen de Ottomanen, probeerde Kreta met de rest van Griekenland mee te gaan. De Ottomaanse overheerser accepteerde dit niet en met geweld en gruweldaden probeerde men de opstand van de Kretenzers te stoppen. Kreta kwam massaal in opstand en omdat de Ottomanen het zelf niet meer aankonden riepen ze hulp in van Egypte. In 1830 werd Kreta aan Egypte geschonken maar in 1841 kwam het weer in de handen van de Ottomanen.
De opstand was echter geenszins voorbij. Op beperkte schaal smeulde de opstand verder, maar na het drama van het Arkadi-klooster in 1866 werd het verzet tegen de Ottomanen heviger.
In 1879 dwongen de toenmalige grote landen (Engeland, Frankrijk, Rusland en Italië) het Ottomaanse Rijk tot het verdrag van Chalepa (Chalepa is een dorp vlak bij Chania), dit hield in dat de Kretenzers meer vrijheid kregen en het Grieks als officiële taal erkend werd. Ondanks de toegewezen beperkte rechten gingen de bezetters door met het onderdrukken van de Kretenzers. In 1898 kreeg Kreta zijn vrijheid. De reactie van het op Kreta aanwezige Ottomaanse leger, was het vermoorden van onschuldige burgers, het verbranden van huizen en het roven van winkels. De grote machten reageren nu pas echt en versnelden de terugtrekking van de Ottomanen.
Kreta was nu behoorlijk zelfstandig maar veel mensen wilden bij Griekenland horen. De grote landen zoals Engeland en Italië hadden hun eigen belangen en vonden dat Kreta niet tot Griekenland moest horen. Kreta werd daarna tijdelijk bestuurd door de Griekse Prins George, maar stond nog wel onder de soevereiniteit van de Ottomaanse Sultan. In 1913 werd Kreta uiteindelijk opgenomen in het Koninkrijk Griekenland na de overwinning van Griekenland in de Balkanoorlog.
De Kretenzische bevolking werd door Griekenland met open armen ontvangen. Ook tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben Kretenzers voor Griekenland gevochten. In mei 1941 landden Duitse parachutisten in het westen van Kreta in een poging het eiland over te nemen. Na een zware strijd tussen Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Grieken enerzijds en Duitsers anderzijds, viel Kreta uiteindelijk in handen van de Duitsers. Het was de eerste grootschalige luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis die zo kostbaar was dat de Duitsers nooit meer een belangrijke luchtlandingaanval zouden uitvoeren. Door sommige historici wordt de grote moeite van de Duitsers om op Kreta snel resultaat te boeken geweten aan de verliezen van de Luftwaffe tijdens de slag om Den Haag. De Duitse bezetting van Kreta was wreed, dorpen werden platgebrand en burgers geëxecuteerd.
Na de oorlog heerste er armoede, maar Kreta is vandaag de dag één van de meest welvarende gebieden van Griekenland, mede door het toerisme en de landbouw


